De Liggers van het kadaster

door Jan Meppelink (Delft)

In 1926 zijn de Kadasterkantoren begonnen met het teboekstellen van schepen op een nieuwe manier. Was voorheen alleen teboekstelling nodig om het schip met hypotheek te kunnen bezwaren, nu werd de verplichting tot inschrijving in het Scheepsregister veel ruimer.

Voor het onderscheid met de oude teboekstelling werd een nieuw nummersysteem opgezet. De oude nummering was als 4735 Gron 1893, nu werd een letter toegevoegd ter aanduiding van het type. B voor binnenschepen, Z voor zeeschepen en V voor vissersschepen. De nummering was doorlopend, ongeacht het type.
Afhankelijk van de lengte van de naam van het kantoor werd deze voluit aangebracht of afgekort. Elk kantoor had een codenummer ten behoeve van het Europanummer, zoals 327 voor Leeuwarden en 333 voor Sneek.


Het Brandmerk

Het brandmerk werd (tot 1997) aangebracht door de Scheepsmetingsdienst.
Van de teboekstellingen zijn liggers bijgehouden met de bijbehorende meting van het schip. Ook hermetingen werden zorgvuldig bijgehouden.

Eind jaren zestig werd de teboekstelling geconcentreerd in de drie kantoren Groningen, Amsterdam en Rotterdam, GRONAMST en ROTT. In 1990 werd de afkorting teruggebracht tot 1 letter GA of R.

Met de opkomst van de computer en geautomatiseerde gegevensverwerking verviel de noodzaak de liggers bij te houden. Aangezien een groot deel van de oude schepen niet in de databases van Kadaster of Scheepsmeting werd opgenomen, worden deze liggers toch nog regelmatig geraadpleegd om historische gegevens boven water te krijgen.
Op enig moment is de teboekstelling als vissersschip vervallen, en werden zee- en binnenschepen apart doorgenummerd.

Per 12 juni 2006 is de nummering centraal geregeld en is de kantoorletter vervallen. De binnenschepen gingen vanaf 28000 B 2006 verder, zeeschepen vanaf 21000 Z 2006.

Het Europanummer is gebaseerd op het brandmerk, voorafgegaan door het nummer van het kantoor van teboekstelling. Bijvoorbeeld een schip teboekgesteld in Heerenveen krijgt 3240123 als Europanummer. Sinds 2007 is dit in verband met internationale regelgeving 03240123 om op 8 cijfers uit te komen. Nieuwe Nederlandse schepen krijgen altijd 023 als voorvoegsel, het nummer van Rotterdam.

Verkoop van een schip dient altijd via een notaris te geschieden, die naast de financiële afwikkeling ook zorg draagt voor overschrijving in het Kadaster. Vooral bij skûtsjes kwam onderhandse verkoop regelmatig voor, wat tot generaties later tot problemen en ruzies kon leiden.

Scans van de liggers van het kadaster

Hieronder vindt u scans van de originele liggers zoals die in Groningen werden bijgehouden.

De kadastergegevens en de scheepsmetingen zijn onmisbare bronnen voor de zoektocht naar de geschiedenis van je eigen schip. Ook de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (lvbhb) heeft daar een voorschot op genomen en zijn er door George Snijder vele kadastraleregistraties uit alle districten gedigitaliseerd en de gegevens ingeklopt met behulp van vele vrijwilligers, waaronder Frits Jansen van de Stichting ‘Foar de Neiteam’.

Cryptische notaties in meetleggers

In de meetleggers komt regelmatig een notatie als bijv. Sch. 29/54/'52/III voor. Deze notatie is wel heel cryptisch, maar gelukkig eenvoudig te beschrijven.

Sch. 29 = Schepen 29 is het Register aantekening van hypotheekmerken, dus een (kadastraal) brandmerk als 288 B Leeuw 1952 is daarin opgenomen

54 = het volgnummer van de verzendbrief

'52 = het jaar waarin het brandmerk werd aangebracht, in die tijd was er wegens een wetswijziging een teboekstellingsgolf

III = staat voor het district Groningen. District I is Rotterdam, district II Amsterdam.

De ambtenaren hadden voor elk formulier of boekwerk een code. Zo heeft een meetbrief code Schepen 17, en is Schepen 29 dus het Register aantekening van hypotheekmerken.
Als een schip later werd teboekgesteld, en dat is bij alle schepen van voor 1926 altijd het geval, werd dit in de ligger (Scheepsmeting nr. 18) aangetekend, en natuurlijk in Schepen 29. De bijwerkingen werden regelmatig bijgehouden en gecontroleerd.

Je kunt ook nog Schepen 28 tegenkomen, dat is het Register van naamswijzigingen. Indertijd was er een nauwe samenwerking tussen Kadaster en Scheepsmetingsdienst, het Kadaster beheerde de gegevens maar de Scheepsmetingsdienst bracht de brandmerken aan. Ook daar waren allerlei formulieren voor.

Voor het brandmerk wordt ook wel eens een I geschreven, I.288 B Leeuw 1952. De I staat voor ingebeiteld, dus ook weer een administratieve notitie, welke dus niet in het schip gebeiteld staat. Je kunt ook de term I/A tegenkomen, ofwel ingebeiteld en aanwezig bevonden, als het brandmerk al bij een eerdere gelegenheid was aangebracht.