Maar het hoogtepunt in de historie van wat tegenwoordig Jachtwerf De Jong is, begon tweehonderd jaar later. Eeltje Holtrop Sytzes van der Zee (*12-09-1823 te IJlst - †12-01-1901 te Joure) trouwde op 30 september 1849 te IJlst met Wytske Aukes Rinkema (*15-02-1822 te Boornzwaag - †23-06-1899 te Joure). Eeltje was aanvankelijk werkzaam als leerling op de scheepswerf van zijn grootvader Eeltje Tjeerdzes Holtrop (*1768 - †27 maart 1848 te IJlst), scheepsbouwer te IJlst. Eeltje Tjeerdzes Holtrop was ook een benadigd scheepsbouwer die snelle schepen bouwde. Beroemd was ‘De Koopman’ van W.O. en O.W. van der Meer uit Drachten en Kootstertille, in 1840 gebouwd in IJlst. Na het overlijden van Eeltje Tjeerdzes Holtrop in 1848 werd Eeltje Holtrop van der Zee eigen baas.
Een kleine tien jaar later, in mei 1857, verruilde hij zijn geboorteplaats IJlst voor Joure, waar een bestaande scheepswerf werd overgenomen.
Dit was de scheepstimmerwerf en schuur, met daarbij staand woonhuis en smederij van Sijmons Geerts & Zn die door een sterfgeval van scheepsbouwmeester Hette Simons Geerts (†15-04-1856) de werf aan de Kruissteeg bij de Kolk uit de hand te koop zetten. De werf in Joure lag inmiddels op zijn gat door de opkomst van de ijzerbouw en de komst van stoomschepen. Eeltje Holtrop, die tegenwoordig beter bekend is als Eeltsjebaes, had aan zijn grootvader een goede leermeester in het scheepsbouwvak gehad. Eeltje Tjeerdzes Holtrop uit IJlst wordt wel beschouwd als de eerste grote Friese boeierbouwer en de meest bekwame boeierbouwer van zijn tijd. Maar zoals het zo vaak gaat, zou ook in dit geval de leerling zijn leermeester overvleugelen. In Joure legde hij zich toe op de bouw van beroepsschepen voor de binnenvaart. De werf te Joure werd beroemd vanwege deze houten schepen die hier werden gebouwd als tjalken, palingaken, snikken en skûtsjes. En hij begon met de bouw van 'luxe' boten- Friese jachten, boeiers en tjotters. Boten waarin hij zich kon 'uitleven' en die ervoor zouden zorgen dat zijn naam zou voortleven.
In de 20ste eeuw werden ook één of meer motorschepen gebouwd. Voorts hield men zich bezig met onderhoudswerkzaamheden. Eeltsjebaes wordt tegenwoordig beschouwd als één van de grootste, zo niet de grootste, Friese scheepsbouwers. Of misschien zou je hem een kunstenaar moeten noemen, een bouwer die als geen ander de lijnen van een schip wist te vormen. Die schepen bouwde waarvan de lijnen nergens 'stil' stonden. Die puur op gevoel werkte bovendien. Naast functionaliteit streefde hij ook schoonheid na. Dit is tegenwoordig o.a. weer te zien in een replica van de ‘Aebelina’ bij het Skûtsjemuseum De Stripe te Earnewâld. Dit legendarische schip werd in 1861 gebouwd. In de tweede helft van de negentiende eeuw was dit schip, als ‘Dorp Grouw’, het snelste veerschip van Friesland met befaamde schippers als Gerben (Jochum en Jentje) Zuidema en Wiebe en Mindert Peekema uit Grouw. Joege Stok was destijds vaak de stuurman van Wiebe. Zij verdienden de aanschaf van het schip minsten tien maal terug met het gewonnen prijzengeld.
Ook Eeltje Holtrop's jongere broer Sjoerd, die op 14 april 1826 te IJlst werd geboren werd scheepsbouwer, maar vertrok als jongeling naar Zuidhorn en Hoogkerk in Groningen, waar hij in 1853 trouwde met Hebelina Bergsma.
Het verhaal gaat dat Eeltsjebaes, als hij opdracht kreeg voor een nieuw te bouwen boeier of Fries jacht, naar de waterkant liep en langdurig over het water staarde. Langzaam maar zeker kreeg dan voor zijn geestesoog het nieuwe schip vorm. Eeltsjebaes stond er net zolang tot het nieuwe schip ‘af’ was. Dan keerde hij om, ging zijn huis binnen en zei steevast tegen zijn vrouw: “Ik ha him sjoen”. Dan pas kon met de bouw worden begonnen. Of het waar is? De roem van Eeltsjebaes heeft van hem inmiddels een bijna mythische figuur gemaakt. Een man van wie verteld wordt dat hij om een schip in aanbouw heenliep, daarna zijn pruim uit de mond haalde en die tegen de zijkant van het schip duwde: daar en nergens anders moest het zwaard komen.
En natuurlijk was het goed. Eeltsjebaes bouwde schepen die de tand des tijds hebben weerstaan. Van zijn vijftien boeiers zijn er negen bewaard gebleven. De boeier ‘Constanter’ bijvoorbeeld, de ‘Sperwer’ (nu te bewonderen in het Zuiderzeemuseum) en, misschien wel de beroemdste van allemaal, het Fries statenjacht de ‘Friso’ die in 1894 is gebouwd voor Mr. B. Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten.