In de Eerste Wereldoorlog liep het personeelsbestand terug. Zelfs Abram de Jong verliet het bedrijf in 1917. Het was een familiebedrijfje geworden waar Hendrik Michiels (*08-10-1895 te Heeg - †29-07-1980 te Heeg), de oudste zoon van Michiel Hendriks, op de werf werkzaam was geworden. Naast de tweeling Klaas Michiels (*02-08-1906 te Heeg - †13-06-1994 te Heeg) en Sietse Michiels (*02-08-1906 te Heeg - †02-05-1985 te Sneek) moest ook Berend Michiels (*05-05-1904 te Heeg - †07-03-1993 te Heeg), die zijn zinnen op een lerarenopleiding had gezet, van zijn vader op de werf komen werken.
Na op een tuinderij in Koudum en later in Buitenpost gewerkt te hebben kwam Berend Michiels in 1920 ook naar de werf. Het jaar erop kwam Berend Hendriks te overlijden en de leiding kwam volledig bij Michiel Hendriks te liggen. Hielke van der Zee werd in dat jaar aangenomen als ‘ijzerman’ voor fl. 0,55 per uur. Hiermee was niet alleen het uurloon verdrievoudigd, maar ook de materiaalkosten waren in een paar jaar tijd verdrievoudigd. Dit zag je ook terug in de jaaromzet. In 1915 nog fl. 2.768,24 en in 1922 was die fl. 7.918, 02. Eind jaren twintig liepen deze bedragen drastisch terug.
Tot 1930, toen de helling begon te verouderen, kwamen nog steeds de houten schepen naar Heeg voor een hellingbeurt. Naast de ijzerbouw bleven er vakmannen rondlopen die het oude breeuwen bijvoorbeeld bleven beheersen. Door de teruggang in de palinghandel veranderde het hellingpatroon. Nu de schepen zomers meestal stillagen werd de hellingbeurt uitgesteld tot het najaar daar waar het voorheen in het voorjaar werd gedaan. Als de zeegaande aken klaar waren kwamen de kleine schepen aan de beurt. Voor de Vissers kwam er hierdoor ook een omslag. Er werden schepen uit de vaart gehaald, waardoor de reparaties uiteindelijk lager werden dan de huur. Verreweg de meeste werkzaamheden op de werf waren de gewone bezigheden voor een scheepswerf: reparaties en onderhoud aan boten, schepen en rondhout. Hendrik Michiels bezigde zich op de werf vooral met het ijzerwerk en de mastenmakerij, Berend Michiels had het houtwerk op zich genomen.
Daarnaast verzorgde Michiel Hendriks taxaties van schepen. Ook werden pramen verhuurd voor gemiddeld fl. 0,50 per dag, een motorboot en een BM-er. Al het werk werd in deze moeilijke jaren dertig aangenomen. Een enkele keer werd er nog een nieuwe roei-, motor-, en zeilboot afgeleverd. Ook werden er boatsjes geleverd die we tegenwoordig tjotters noemen. Als het niet om op scheepsbouw gerichte werkzaamheden ging, dan kwam het dorp wel een beroep doen op de klusjescapaciteit op de werf voor het repareren van een tafelstoel, hobbelpaard, voor een hoepel om een watervat, een sport in een ladder, het herstellen van een grafsteen, een auto repareren, een kapstok maken, slee of sjoelbak en het slijpen van messen en schaatsen.
In 1940 kwam Michiel Hendriks te overlijden. Hendrik Michiels trok met zijn gezin in het voorhuis op de werf. Klaas had de werf al in 1933 verlaten om zich als groenteboer in het dorp te vestigen. Sietse werd postbode, maar was nog regelmatig op de werf te vinden. Berend Michiels bleef in het dorp in de Harinxmastrjitte wonen. Naast de houtwerkzaamheden nam Berend Michiels de administratie vanaf dan voor zijn rekening. Hij hield de werfboeken, kasboeken en grootboeken bij. In zijn grootboek waardeerde Berend zijn gereedschappen en materialen en sloot hij af met een jaarlijkse balans. In 1940 kunnen we betreffende de gereedschappen lezen “lastoestel met toebehoren, pons-, knip- en buigmachine, boormachine, aambeeld, veldsmidse, vlakplaat, bankschroef, broodje, snijijzers, vijf dubbele dommekrachten, vijf enkele dommekrachten, klein gereedschap, staaldraad, hellingblokken, drie ladders, drie ijzeren schragen, houten schragen, twee Westontakels, drie pramen en een fiets.” Betreffende de materialen lezen we “plaatijzer, hoekijzer, staafijzer, oud ijzer, gegalvaniseerd ijzer, carbid, riet, eikenhout, vurenhout, oregonhout, vaarbomen, sparren en juffers, tweehonderd kilo draadnagels, teer en verfwaren, schroeven, klinknagels en allerlei.” Dit alles duidde nog steeds op een ijzerwerf waar ook nog in hout werd gewerkt. In de jaren vijftig zou dit weer omslaan naar een houtwerf al verdween het ijzer niet.
Het aantal schepen voor de winterberging nam toe. Wat begonnen was als een activiteit voor de notabelen van Heeg, daarna ook voor de middenstand, bereidde zich uit. Niet alleen met eigenaren van pleziervaartuigen uit Heeg en omstreken, maar uit alle delen van Nederland. In de Tweede Wereldoorlog kwamen er nog steeds schepen die de helling op moesten en voor reparaties naar Heeg kwamen. Wel was er steeds minder te doen naarmate de oorlog duurde. Hendrik Michiels en Berend Michiels hadden daarnaast onderduikers vanaf 1943.
Op 30 oktober 1940 kwam Auke Visser te overlijden. Tot nu toe hadden de Gebroeders De Jong aan hem de huur betaald. Dit veranderde. De huur moest nu eerst overgemaakt worden aan P. Visser in Haarlem, later werd dit J. Visser. Daarnaast werd na al die jaren het huurbedrag licht verhoogd. In 1952 bemoeide de belasting zich met de werfhuur. De bedrijfskosten konden fiscaal afgetrokken worden, maar de huur van het werfhuis niet. Het totale bedrag was nu fl. 542,70 per jaar geworden inclusief tweehonderd gulden huishuur.
Gaandeweg schakelden de gebroeders weer over op houtbouw, nu voor de recreatie. In 1955 werd de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten opgericht waaraan Berend Michiels zijn contributie van fl. 5,- betaalde. Het ‘varend erfdeel’ kon hiermee in stand worden gehouden. Berend Michiels en Hendrik Michiels waren één van de weinige werven bij wie zij terecht konden om dit vorm te geven. Van wildschieter, visserboot, zeilschouw, puntsloepen en schouwen bestelden Westerlingen nu tjotters, de ene na de andere voor de pleziervaart. Het werd een ommekeer in de ontwikkeling van de werf. Daar waar eerst de wereld van de beroepsvaarders bediend werd met hout, carboleum en bruin getaande zeilen, kwam nu de pleziervaart met houtlak, koper en witte zeilen. Deze nieuwe bedrijfstak liep storm. In 1960 was de werf al voor drie jaar volgeboekt. De opdrachtgevers verdrongen zich. Dit was nog nooit voorgekomen. Reparaties werden afgewezen, klusjes en karweitjes doen was verleden tijd. Hendrik Michiels was inmiddels met zijn verloofde Tjoltje Deinum (*21-02-1895 te Hindeloopen - †11-04-1969 te Heeg) door al deze bedrijvigheid naar de Weisleatstrjitte in het dorp verhuisd.
In 1959 werd voor de laatste keer huur betaald en de werf werd voor fl. 5.000,- verkocht door erfgenaam notaris Visser uit Balk aan fouragehandelaar A. Visser uit Osingahuizen. Deze wou de gebouwen slopen en een bungalow bouwen op het werfterrein. Dit plan stuitte op veel weerstand en een sloopvergunning werd niet verleend, zodat hij het werfhuis als zomerhuis ging gebruiken. Berend Michiels kreeg de toezegging dat hij het timmerhok bij de grote loods mocht blijven gebruiken voor zijn bedrijf. Berend maakte op zijn vijftigste een doorstart met de bouw van twee boeiers en een Fries jacht. Hierbij maakte hij bij het aftimmeren gebruik van de grote loods, omdat het timmerhok te klein was geworden. Hendrik Michiels werd in 1962 veel ziek. In onderling overleg werd besloten dat hij zou ophouden met werken en dat Berend Michiels alleen de werf zou voortzetten. Het ijzerwerk voor o.a. het beslag, dat altijd Hendrik Michiels zijn werk was geweest., kon gelukkig gedaan worden door Berend Michiels zijn schoonzoon, IJsbrand van der Heide uit Lemmer.
Maar voor de rest stond Berend Michiels er nu alleen voor. In 1966 kreeg Berend Michiels een leerling op de werf. Hij had al eerder een aantal gehad, maar was daar niet gelukkig mee. Deze leerling, Pier Piersma, had het vak wel in zijn vingers. Ze bouwden een kajuitschouw waar Berend Michiels dagtochtjes in zeilde.
Het kleine timmerhok was inmiddels een ruïne geworden en werd in 1973 gesloopt. In 1975 bouwde Berend Michiels zijn laatste tjotter, die vernoemd werd naar zijn overleden vrouw Sjirkje Feenstra (*19-02-1906 te Heeg - †12-08-1973 te Heeg), bestemd voor zijn zoon Michiel. De grote loods werd in 1976 opnieuw opgebouwd. Hierin werden in 1980 nog drie wildschieters door Berend Michiels gebouwd. Dat waren ook zijn laatste schepen. Opvolging was er niet in de eigen familie. Berend Michiels de Jong was de laatste werfbaas van drie generaties De Jong.
In 1977 kocht J.H. Rademaker uit Ederveen het werfterrein en werfhuis van Visser. Hij maakte er zijn zomerhuis van, totdat oud werfleerling Pier Piersma in 1986 het van hem kocht. Pier Piersma (*1948) werkte al vanaf 1970 als zelfstandig scheepsbouwer in een loods, welke uitgebreid werd met een helling, op Het Eiland tegenover de werf van Berend Michiels de Jong. Pier Piersma kwam in het oude werfhuis van Joucke Fetses te wonen. Bouwmeester Pier Piersma zet op zijn Jachtwerf Piersma sinds die tijd de traditionele houten jachtbouw voort van zijn leermeester Berend Michiels de Jong. Met als hoogtepunt de bouw van weer een palingaak. Op 4 april 2009 vond de spectaculaire tewaterlating plaats van de ‘Korneliske Ykes II’. Na zeventig jaar en drie en een half jaar bouwen lag er weer een prachtige palingaak in de Syl in het centrum van Heeg.