Willem Evert Zwolsman
In het historisch onderzoek van Sicco van Albada komen we tegen dat in 1792 de Makkumer koopman Sytze Douwes een in 1791 ‘nieuw gemaakte timmerwerf met twee sleephellingen, met een huisje en een ruimte daarbij nabij de sluis’ te koop of te huur aanbood. Dit was het begin van deze werf in Makkum. Willem Everts Zwolsman (*16-12-1833 te Makkum - †12-06-1911 te Sneek) nam in 1871 de bestaande ‘scheepstimmerwerf, met gereedschappen, schuren, woonhuizing en verdere annexen, met boelgoed van hout en pramen’ over van wijlen Gerben Annes Bakker (*1812 - †1871) en begon voor zichzelf. Willem Everts was al een aantal jaren meesterknecht geweest op de werf van Bakker. De scheepstimmerwerf was gelegen onderaan de Zuiderzeedijk en aan de Dijkvaart aan het begin van de Kleine Zijlroede in Makkum, vlakbij de plaats waar in 1778 de Achlumer- of Kleine sluis, waar doorheen de Kleine Zijlroede afwaterde, werd afgedamd en overdijkt. In datzelfde jaar was de Oldenkloosterzijl (huidige) vergroot, waardoor de tweede sluis overbodig was geworden. Anderhalve eeuw daarvoor was er ook al een verbinding gegraven tussen de beide Zijlroeden, de Krommesloot, zodat de afwatering al anders geregeld was.
Willem Everts was de oudste zoon van timmerman Evert Willems Zwolsman (*13-06-1816 te Blokzijl - <†1855 te Makkum) en slagersdochter Wiepkjen Reinders Bangma (*28-09-1815 te Makkum - †26-04-1895 te Makkum). Willem Everts had drie zoons Ulbe Wzn (*16-09-1865 te Makkum - †26-02-1942 te Workum), Evert Wzn (*26-01-1875 te Makkum - †21-01-1942 te Leeuwarden) en Klaas Wzn (*03-04-1877 te Makkum - †27-05-1946 te Zaandam), die alle drie scheepsbouwer werden.
Voor die jaren had Willem Everts een flink bedrijf, waar ongeveer 15 knechten werkzaam waren. De werf was een nieuwbouwwerf. Ze bouwde het meest visserschepen als blazers en aken. Willem Everts experimenteerde bij de bouw om de zeewaardigheid te vergroten van de blazers door o.a de kont aan te passen. Daarna werden de zeileigenschappen wederom bekeken. Er kwam een bazaanmast bij. Zo kwam het dat Willem Everts de eerste bouwer van blazers met twee masten was. Dit type visserschip, met een lengte van circa 56 vt, werd veel door de vissers van Wierum, Peasens en Moddergat gebruikt. Uit een bewaard gebleven nota uit 1876 vernamen we de kostenspecificatie van een dergelijk schip, de WL 1 groot 38 ton, dat gebouwd werd van april tot en met september:
Eikenhout fl. 2.228,47
Zwaarden fl. 50,--
Vurenhout fl. 92,50
Spijkers, leer, pik, werk, ried, nagels fl. 50,--
Werkloon fl. 610,--
Totaal fl. 3.030,97
Naast de visserschepen werden welonderhouden hekschepen, overdekte roefschepen, tjalkschepen en potschepen verhandeld. Schepen van 10 tot 40 ton.
Zoon Ulbe Wzn Zwolsman vestigde zich in 1892 zelfstandig op de bestaande werf 'De Hoop' te Workum. Evert Wzn en Klaas Wzn bleven vooreerst als de Gebrs. Zwolsman op de werf in Makkum, waar zij in 1902 de ijzeren en stalen scheepsbouw invoerde. De scheepswerf werd uitgebreid met twee ponsmachines, buigmachine, boormachine en knipmachine. De nieuwbouw bleef, maar er werden ook reparaties uitgevoerd. Ze bouwden mooi gelijnde klippers, waarvoor de oude houten klapbrug over de Krommesloot vervangen werd door een basculebrug met een doorvaarwijdte van 7,50 m. Voor zover bekend zijn hier vijf staalijzeren skûtsje gebouwd. In 1903 de eerste, de ‘Eersteling’ [S 369 N], voor Joh. van der Zee uit Makkum en in 1909 de laatste. Deze laatste kreeg de naam ‘Groot Makkum’ [S 899 N] en werd gebouwd voor Simon Pollema uit Leeuwarden. De meest bekende echter is de ‘Nooit Volmaakt’ [S 617 N] uit 1904. Dit schip werd gebouwd voor Rein Reinsma uit Makkum niet wetende dat het later als de ‘Oude Zeug’ kampioenstitels zou gaan behalen in de IFKS.
Zwolsman gebruikte de vaart, oostelijk van zijn werf, voor dwarsscheepse tewaterlatingen, van vooral kleine schepen. De grote schepen werden via een langshelling te water gelaten. Eenmaal in het water werden ze terplaatse afgebouwd. Gezien de ligging van Makkum, aan de toenmalige Zuiderzee, zullen daar ook nog wel tjalken gebouwd zijn.