In 1997 zijn alle skûtsjes die op dat moment in de IFKS-vloot voeren gekeurd. Aanleiding was de keuring van het skûtsje ‘Hoop op Zegen’ [S 281 N] van Peter de Koe. Het skûtsje was, nadat door De Koe aanpassingen waren doorgevoerd, goedgekeurd door de Commissie Generaal (CG). Echter bleek later dat de gangboorden iets naar binnen waren gezet of vanuit een ander perspectief gezien was de waterlijn verbreed. In het scheepsontwerp heet dit fenomeen: Tumblehome. Door het versmallen van het dek boven de waterlijn maakte het dat de boot stabieler werd door het gewicht boven de waterlijn te verminderen.
Vele schippers waren het erover eens dat dit in strijd was met de Omschrijving Scheepsuitrusting (OS) die binnen de IFKS geldt als maatstaaf voor hoe de skûtsjes uitgevoerd en uitgerust moeten zijn. Ook ging het gerucht dat Jitze Grondsma het vlak van zijn skûtsje de 'Woeste Oane' [L 1290 N] had opgeknikt, met meer dan de volgens de OS toegestane 7 cm. Om verdere moeilijkheden te voorkomen is toen door het bestuur van de IFKS en CG besloten alle skûtsjes te keuren. Jelmer Kuipers en Cees Amels hebben op drie zaterdagen alle skûtsjes nagemeten op de scheepswerf van J. Boomsma aan de Houkesloot in Sneek. Met een opgestelde laser werden de vlakken van de skûtsjes bekeken. Ook zijn de skûtsjes toen bij het te water laten allemaal gewogen. De skûtsjes waren uitgerust met minimaal zwaarden, mast, giek en zeilen.
De uitkomsten van deze metingen zijn vastgelegd. Alles bleek verder in orde te zijn. De OS werd wel aangepast, zodat deze aanpassingen aan de skûtsjes zich in de toekomst niet weer zouden kunnen voordoen. Peter de Koe werd uiteindelijk dispensatie verleent.