Stroobos
Voor de Barkmeijers is het bij de scheepswerf in Briltil destijds niet gebleven. De zeer gelovige scheepsbouwer Gerrit Jans deed het hier ook zo goed dat hij op 9 december 1850 voor zoon Douwe Gerrits (*07-02-1819 te Nietap - †22-10-1898 te Stroobos) ‘eene huizing en scheepstimmerwerf met erf en aanbehoren staande en gelegen te Stroobos onder Gerkesklooster, ten zuiden van de trekvaart …’ van Lieuwe Willems Bijleveld (*13-03-1796) voor de som van fl. 990,-- kocht.
Overdracht
Douwe Gerrits is dan 31 jaar oud en heeft meer dan elf jaar op de werf in Briltil gewerkt. Het zal nog tot 1857 duren voor het eigendom door vader Gerrit Jans aan zoon Douwe Gerrits wordt overgedragen. Het is dan ook aannemelijk dat Douwe Gerrits de bouwstijl van vaders werf heeft moeten aanhouden. De werf aan het Stroobosser Rak was in 1823 gesticht door Jelle Jeens de Boer (*1768 - †1829). Dezelfde waar Gerrit Jans in 1813 de werf in Nietap van had gekocht.
Woning
Het bleef niet alleen bij de werf, op de grens van Groningen en Fryslân, want de familie kocht 8 januari 1851 het naastliggende huis voor de som van fl. 403,--. Een jaar later trad Douwe Gerrits op 18 mei 1852 in het huwelijk met Dieuwke Tjipkes Posthumus (*29-03-1829 - †22-10-1884) waarmee deze woning op de scheepswerf meteen bewoond was. Uit dit huwelijk kwamen eveneens zeven kinderen, waarvan twee op jonge leeftijd zijn overleden. Drie zonen treden in de voetsporen van hun vader en bleven het scheepsbouwwerk trouw.
Werven
Zo kreeg Gerrit Douwes (*12-04-1853 te Stroobos - †30-03-1927 te Dokkum) een werf in Aalsum bij Dokkum en begon Jan Douwes (*05-08-1863 te Stroobos - †04-05-1932 te Stroobos) een werf in Birdaard. Zijn oudste zoon Douwe (*22-04-1890 te Birdaard - †10-05-1965 te Drachten) zou op 7 december 1925 de werf van Haike Pieters van der Werff aan de Noorderdwarsvaart overnemen om daar een houtzagerij en houthandel te vestigen. Tjipke Douwes (*29-10-1857 te Stroobos - †30-11-1925 te Kollum) is bij zijn vader op de werf gebleven en heeft na het overlijden van zijn vader de werf in Stroobos overgenomen.
De schepen die op de werf in Stroobos werden gebouwd waren houten schepen die vooral werden gebruikt voor het turfvervoer uit de Veenkoloniën.
Turfschepen
Behalve turfschepen werden ook nog tjalken gebouwd voor het vervoer van de klei van de afgegraven terpen. Volgens Douwe Barkmeijer zijn er niet veel tjalken gebouwd in Stroobos. Maar de werf hield zich wel bezig met het maken van pramen. Deze werden verhuurd aan schippers uit de wijde omgeving voor het transport van turf, grind, klei, kalk aardappelen, stro, steenkool en veevervoer.
Werkzaamheden
Ook werd er naast nieuwbouw vooral reparaties verricht op de werf. Deze reparaties werden vooral gedaan bij passerende schepen. Uit de werfboeken blijkt dat veel schippers uit die tijd het niet breed hadden. Daarom werden reparaties soms uitgesteld, en dit had tot gevolg dat heel wat boten daardoor tijdelijk naar de bodem van de Trekvaart zonken om daarna weer, door vergoeding van het Armbestuur, boven water gehaald te worden.
Omstreeks 1880 kreeg de werf het moeilijk doordat de scheepsvaart terugliep.
Inkomen
De drukte van voorheen was verdwenen en nieuwe vaartuigen werden weinig aangeschaft. Schepen die een aantal jaren geleden voor fl. 5.000,-- werden verkocht waren toen nog maar fl. 3.000,-- waard. Doordat er door dit voorval niet genoeg brood op de plank kwam hebben de Barkmeijers voor een ander manier van inkomen gezorgd. Ze gingen zich met vastgoed bezig houden. Dit was het inkopen en verkopen van huizen. Vele woningen in Moddergat en ten Zuiden van de Trekvaart werden door hun opgekocht.